We hebben onze laatste dagen in Maleisië doorgebracht in de Cameron Highlands, waar we theeplantages en mosbossen (raar woord! In het Engels heet het mossy forest) hebben gezien. Onze laatste volle dag in de Cameron Highlands zijn we zelf op pad gegaan en hebben onze nieuwe hobby weer beoefend: Hiken.

We hebben Maleisië en beetje raar afgesloten. We gingen met de bus van de Cameron Highlands naar Kuala Lumpur en zouden bij de halte ‘Sentral’ uitstappen. Waarschijnlijk waren wij de enige die er bij die halte uit moesten aangezien de buschauffeur voor wel geteld 10 seconden stopte en iets riep in het (waarschijnlijk) Maleisisch. We hadden dus onze halte gemist en moesten daardoor met een andere bus naar het vliegveld worden gebracht, wat weer 24 ringgit kostte, waardoor we weer minder contantgeld over hadden, waardoor we uiteindelijk in het vliegtuig naar Vietnam net genoeg geld hadden (echt nét genoeg, hebben zelfs nog 5 cent korting gekregen!) voor één Maggie Noodlesoup. Hij heeft zeker gesmaakt!

Aangekomen in Vietnam, Ho Chi Minh City (HCM), voorheen Saigon, keken we onze ogen uit. Kuala Lumpur was hectisch, maar HCM is dat in het kwadraat. We sliepen voor het eerst op een slaapzaal, die we deelden met acht anderen. Buiten dat ik s’ochtends zes wekkers heb horen afgaan (en zes keer door een pavlovreactie naar m’n eigen wekker greep), heb ik prima geslapen.

ho_chi_minh_saigon_vietnam.jpg

Vol goede moed gingen we op pad om de grote stad te verkennen, en hoe kan dat beter dan worden rondgefietst door locals, dachten we. We hebben op een leuke manier de stad gezien,of tenminste een deel er van. Maar hebben op een iets minder leuke manier afscheid genomen van onze gidsen. Aan het einde van de rit gingen we een drankje drinken met de gidsen en na een recensie te hebben geschreven in z’n boekje,moesten we betalen. Waar de gids eerst zei dat we 150.000 dong (€6,-) moesten betalen, was het bedrag ineens verhoogd naar 1.5 miljoen dong per persoon.. Die hadden we niet zien aankomen. Dat zou dus zestig euro per persoon zijn… Dat klopte voor geen meter. We zijn uiteindelijk weg gelopen toen we allebei 500.000 dong hadden betaald, wat natuurlijk nog steeds te veel was. Maar goed, we hebben er in ieder geval van geleerd.

We hebben ook op een nieuwe manier leren oversteken in HCM. De wegen zijn onwijs druk, stoplichten voor voetgangers zijn er weinig en zebrapaden hebben ze denk ik voor de sier. Je moet gewoon gaan! Zonder oogcontact te maken met bestuurders die je kunnen raken, wat voor ons heel onnatuurlijk aanvoelde. Maar zodra je oogcontact maakt met bestuurders, weten zij dat je hun hebt gezien en gaan er van uit dat je uitkijkt. Als je gewoon loopt zonder contact te maken ontwijkt het verkeer je vanzelf. En ik moet toegeven tot nu toe is het gewoon goed gegaan.

Vietnam_muiné_.jpg

De volgende dag vertrokken we met de slaapbus (een bus die is ingericht met ligstoelen) richting Mui Né. Vijf uur later kwamen we aan op bestemming en na een korte wandeling bergopwaarts arriveerden we bij het hotel. We hadden een budgetkamer geboekt voor €5,- per persoon per nacht. Toen de receptioniste ons begeleidde naar onze kamer, vertelde ze dat we gratis zijn geüpgraded naar een villa kamer, met balkon en uitzicht op zee, super chill! Na een relaxdagje op het strand en bij het zwembad zijn we vroeg gaan slapen, want de wekker ging al om 03:30. We werden om 04:00 uur opgehaald door een jeep, die ons naar de ‘white sand dunes’ heeft gebracht. Het rustgevende van de zonsopgang werd een klein beetje verstoord door alle rondcrossende quads. Ik had mijn GoPro vast gezet in het zand om de zonsopgang vast te leggen en laat ik daardoor nou ook wat leuk materiaal hebben voor lachen om homevideo’s. Een stelletje op een quad viel namelijk heel knullig om toen ze de heuvel op wilden rijden, in het gezichtsveld van m’n camera. Verder hebben we die ochtend nog de rode duinen, een vissersdorpje en de Fairystream bezocht en waren we weer op tijd in het hotel om te ontbijten.

Dalat is de volgende bestemming. Ook deze keer weer met de bus. De busmaatschappij had alleen iets te veel kaartjes verkocht aangezien er extra plastic stoeltjes in het gangpad waren gezet. Gelukkig (dachten we) hoeven wij niet op de extra stoeltjes te zitten. Achteraf zaten we liever daar dan naast drie brede jongens op de achterste rij, waar we niet met z’n vijven tegelijk met onze rug tegen de leuning konden leunen. Na vijf uur in elkaars persoonlijke bubbel gezeten te hebben (wat extra vervelend is als je verkouden bent, gelukkig voor iedereen dat ik m’n neus kon volspuiten met neusspray) kwamen we aan in Dalat.

Much_Love_Li